Afscheid van Louis De Cock

Freddy Michiels
Mensen
Belgische vlag

Via de overlijdensberichten in de krant vernam ik dat op 20 augustus 2011 Louis De Cock was overleden. Hij was 68. Ik heb jaren met hem in een Lions Club gezeten en moest denken aan het verhaal dat hij mij in 1984 vertelde.

Louis De Cock was een bijzondere ondernemer, die vanuit Hoboken een onberispelijke reputatie opbouwde als begrafenisaannemer.  Hij was een sociaal man, die vanuit de achtergrond sociale doelen patroneerde. Boven alles was hij een man die met ervaring kon praten over de evolutie in het uitvaartwezen.

Toen ik hem in 1984 vroeg wat de grote veranderingen waren waarmee de uitvaartsector rekening moest houden, vertelde hij mij dat vooral de teloorgang van het rooms-katholieke geloof en het gebrek aan kennis van de kerkelijke rituelen als de grootste verandering binnen zijn beroep dienden gezien te worden. Ik vroeg hem dit te willen toelichten en Louis vertelde.

Louis vertelt …

Mensen komen niet meer zo vaak in de kerk en kennen bijgevolg haast niets meer van de gewoonten en gebruiken. Bij de bespreking van elke nieuwe begrafenis is dat een verschijnsel dat meteen duidelijk wordt en dat de nabestaanden van de overledene zenuwachtig maakt. Ik stel deze mensen dan meteen gerust en zeg hen dat ik mee vooraan, aan de eerste rij sta, om alles goed te kunnen coördineren en bijsturen waar nodig.

Zekere dag had ik weer zo’n uitvaart waarvan de familieleden geen binding had met de kerk. Maar de overledene had nadrukkelijk gevraagd in de kerk  begraven te worden als oud-strijder. De kist moest vooraan in de kerk staan met daar bovenop de Belgische driekleur en aan beide zijden van de kist drie kandelaars, één vooraan, één in het midden en één achteraan de kist.

Ik verzekerde de familie dat ze zich geen zorgen moesten maken, dat ik alles onder controle zou houden.  Ik zou hen signaal geven wanneer ze iets moesten doen. Ze moesten mij gewoon nadoen. Iedereen van de familie knikte bevestigend dat ze me begrepen hadden.

Alles verliep vlekkeloos maar op zeker ogenblik merkte ik dat er één kaars iets naar de kist toe overhelde en dat er kaarsvet druppelde op de Belgische vlag. Ik wilde voorkomen dat dit erger werd, dat de Belgische vlag besmeurd zou worden of, i het ergste geval, dat er brand zou ontstaan. Ik stond vooraan naast de eerste rij. Ik wandelde rustig naar de storende kandelaar, hield de palm van mijn hand achter de vlam en blies de vlam uit om erger te voorkomen. Wat ik niet had gezien was dat de familieleden op de eerste rij achter mijn rug mijn voorbeeld volgden en één voor één de andere kaarsen doofde. Ze hadden gewoon mijn instructies al te letterlijk genomen. Het was ondertussen natuurlijk te laat om in te grijpen want het kwaad was geschied.

Ik had alle moeite van de wereld om niet de slappe lach te krijgen, hield de kaken op elkaar geperst en heb de ganse eredienst mezelf moeten bedwingen om niet in lachen uit te barsten.

Na de eredienst was het voorval natuurlijk het onderwerp van gesprek aan de koffietafel.

Vertel het hierboven voort, Louis

Dat was het verhaal van Louis De Cock . Ik ben zeker dat hij hierboven dit verhaal nog wel een paar keer zal willen of moeten vertellen. Bijvoorbeeld aan de bewuste oud-strijder die ongetwijfeld hartelijk zal kunnen lachen met het gedrag van zijn familieleden. 

Webdesign Desk02