Elk bedrijf verdient de best opgeleide medewerkers en … managers

Freddy Michiels
Opleidingen & Coaching
Dhoedt Sabine
Derie Eric
Driesen Yves
Haesevoets Mia
Hermans Cindy
Krywen Krystyna
Lauwers Vanessa
Minner Els
Van de Vijver Joost
Vermeulen Marc 1
Vranken Cindy

De gepaste opleidingen volgen worden jaar na jaar belangrijker voor het bedrijfsleven in het algemeen en de kmo-bedrijfswereld in het bijzonder. De maatschappij is onder invloed van de nieuwe mediamogelijkheden internationaler geworden, heeft dus in elke sector een verhoogde concurrentie waarmee rekening moet gehouden worden en heeft daarom behoefte aan zo best mogelijke opgeleide medewerkers.

Het is één van de voornaamste bindmiddelen geworden in de relatie tussen bedrijf en de klanten. Klanten willen voortdurend bevestigd zien dat zij de meest geschikte leverancier aan boord hebben gehaald. Ook op het vlak van de opleidingen is dit een belangrijk gegeven. Er verandert zo veel en zo snel in onze maatschappij op elk vakgebied, dat het inhuren van expertise een dagdagelijkse job is, ook in de kmo-bedrijfswereld. Geen enkele onderneming kan het zich veroorloven niet over de beste service en over de actueelste informatie te beschikken.

Eén belangrijk aspect wordt wel eens uit het oog verloren. Niet alleen de medewerkers van een kmo moeten zo goed mogelijk opgeleid zijn of worden, ook de leiding van een bedrijf moet dit zijn. Het is niet omdat een bedrijfsleider zich omringt met de best mogelijke krachten, dat hijzelf geen inspanningen moet doen om zich te perfectioneren in de disciplines die voor hem – de leider – van belang zijn. Mensen motiveren, begeleiden en steunen in hun opdrachten is een belangrijk element in de bedrijfsleiding. Ook hiervoor bestaan technieken, methodes van aanpak en van opvolging. Wordt hiermee door de bedrijfsleiding voldoende rekening gehouden? We vroegen het aan een reeks experts op het vlak van opleidingen en coaching. Waren bereid ons te antwoorden op onze vragen:

• Yves Driesen (GiVi Group)
• Krystyna Krywen (Agataal)
• Els Minner (De Opleidingscoach)
• Vanessa Lauwers (U-man)
• Joost Van de Vijver (Syntra AB)
• Mia Haesevoets (Aim Bizz)
• Marc Vermeulen (M-arc en Good2cu)
• Nensi de Heer (Cosmolingua)
• Cindy Vranken (MegaCindy)
• Cindy Hermans (VDAB)
• Sabine D’hoedt (Ascento)
• Eric Derie (Coactiv)

Wat zijn de zaken waarmee de kmo’s mogelijk te weinig rekening houden? Hoe kunnen zij maximaal en zo functioneel mogelijk gebruik maken van de diensten die opleidingsexperts aan te bieden hebben? Dat verneemt u aan de hand van de antwoorden die wij op onze vragen kregen. Maar laat ons beginnen met de panelleden aan u voor te stellen.


WIE IS WIE

Yves Driesen: GiVi Group, opgericht in 1984, is actief in opleidingen burotica voor eindgebruikers van software (Word, Excel, Powerpoint en aanverwante programma’s zoals Visio, Project, Onenote … We hebben vier vestigingen met acht eigen leslokalen, maar we werken ook inhouse bij onze klanten. In de loop van onze geschiedenis zijn nieuwe leervormen ontstaan, met name begeleide studie. Mensen leren met stappenplannen die dingen die ze nodig hebben: ‘Office à la carte’. Daarnaast is er e-learning, op afstand leren, al dan niet met coaching. Voor e-learning hebben we ook nieuwe content, vooral bestemd voor de zorgsector en de industrie, b.v. veiligheidstraining, handhygiëne, inbrengen van een katheder, bloedafname,… Voor e-learning werken we samen met TCG (The Competence Group) uit Utrecht, marktleider in Nederland. We hebben 25 mensen vast in dienst en onze klanten situeren zich in alle sectoren: overheid, privésector en sectorfondsen.

Krystyna Krywen: Agataal Taalopleidingen verzorgt taalopleidingen op maat voor alle mogelijke talen, Europese, maar ook Aziatische. Wij werken uitsluitend op maat. Dit betekent dat wij geen open opleidingen hebben, maar per klant de opleiding volledig aanpassen aan zijn wensen, doelstellingen en mogelijkheden (individueel of in groepjes, bij ons, bij de klant of les op afstand, wanneer, hoe vaak, hoe groot het pakket is, op welke manier hij resultaat wil boeken,…). We hebben ook online modules die de klant op eigen tempo kan volgen. We raden wel aan deze te combineren met een live les, eventueel in virtuele leslokalen. Daarnaast geven we ook opleidingen schriftelijke communicatie op maat van de klant aan. Het gaat hier dan om opleidingen voor moedertaalsprekers. Bijvoorbeeld: klantgericht schrijven, webteksten schrijven, leesbaar schrijven, … We bieden ze aan voor Nederlands, Frans, Duits en Engels.

Els Minner: De Opleidingscoach werkt op drie pijlers. Wij ondersteunen bedrijven op vlak van uitbesteding van opleidingsactiviteiten. Als het bedrijf zelf geen tijd heeft om opleidingen te organiseren ondersteunen wij het daarin met behoefteanalyse, coördinatie, administratie, subsidies aanvragen, leveranciers contacteren,…. Wij kunnen ter plaatse bij de klant werken, of extern b.v. gedurende een halve dag per week of enkele dagen per maand,… De tweede pijler is advies, waarbij we opleidingsplannen uittekenen samen met een bedrijf en kijken hoe het bedrijf zijn opleidingsplan o.a. financieel kan optimaliseren. Met het derde luik bieden wij ook onze expertise aan betreffende het leveren van opleidingen omdat wij de leveranciers en de markt goed kennen. Wij werken voornamelijk met freelance trainers.

Vanessa Lauwers: U-Man Belgium, opgericht in 1989, staat voor understanding men (mensen begrijpen). U-Man Belgium telt 20 medewerkers en met dit team doen we er alles aan om de leefbaarheid van kmo's (nog) te vergroten. We doen dit aan de hand van trainingen (in verschillende domeinen zoals people management, efficiëntie, leiderschap enz.) U-Man Belgium heeft 2 traininglocaties in Vlaanderen: Mechelen en Gentbrugge.

Joost Van de Vijver: Syntra AB (AB staat voor provincies Antwerpen en Brabant) heeft momenteel 5 lesplaatsen in de provincies Antwerpen en Vlaams-Brabant. Syntra is voortgekomen uit de vroegere CMO’s (centra voor middenstandsopleiding) en is traditioneel partner van de Vlaamse overheid in het verzorgen van opleidingen die leiden tot ondernemerschap. Dit kan onder verschillende vormen: de leertijd (een vorm van deeltijds leren en werken), en langlopende dag- of avondopleidingen die leiden tot een certificaat van beroepsbekwaamheid, al dan niet in combinatie met een diploma bedrijfsbeheer. Daarnaast organiseert Syntra AB ook bedrijfstrainingen - zowel open als in-company – en mede onder druk van de krimpende subsidies is dit een belangrijke groeimarkt voor ons.

Mia Haesevoets: Aim Bizz is mijn eigen bedrijf sinds 2007. Ik ben erkend dienstverlener van de kmo-portefeuille en ben erkend voor de onderdelen: Advies, Strategisch Advies, Groei en Internationaal Ondernemen. Bedrijven help ik om hun structuur te optimaliseren en de organisatie beter te laten lopen. Dit gaat van missie, visie en strategie tot de operationele- en management systemen. Ik verzorg daarbij ook opleidingen rond deze thema’s voor bedrijven en dit gebeurt, ook in onderaanneming voor Unizo en Voka. De bedoeling is om het onderdeel opleidingen verder uit te bouwen en ik wacht momenteel, ook voor dit onderdeel, op mijn erkenning van de kmo-portefeuille.

Marc Vermeulen: M-arc en Good2cu. Good2cu of de Magical Meeting Loft, is een unieke vergaderzaal in Mechelen, waar ik training geef, maar wij gaan ook waar de klant ons vraagt. Mijn specialiteit is tweeërlei. Ten eerste is dat klantgerichtheid. Ik sensibiliseer personeel van kmo’s om duidelijker en zonder hoofdbrekens goed met klanten te communiceren. Ten tweede is dat leiding leren geven aan virtuele teams. Remote management wordt steeds belangrijk: hoe stuur je teams aan die niet op je kantoor zitten? Hoe motiveer je hen vanop afstand? Het gaat niet om open opleidingen, maar wel om maatwerk. Nog een specialiteit is abdijcoaching. Ik trek met managementteams naar abdijen om er de symboliek te capteren en om de vertaling te maken van wat de zusters doen, want dat is eigenlijk straffer dan wat wij doen. Ze zijn sterk in timemanagement, vergaderen, objectieven stellen,… Overigens ben ik een ongelovige en heb ik geen godsdienstige bedoelingen.

Nensi de Heer: Cosmolingua is zo’n 25 jaar geleden opgestart. Ik werk samen met een aantal zeer ervaren taaltrainers voor bedrijven en vrije beroepers Wij werken op maat, d.w.z. dat we luisteren naar wat onze klanten willen, wat hun doelstellingen zijn, wat hun huidig taalniveau is, of hun doelen realistisch zijn, wat hun budget is en wat de methode is die het best past. Dat kan enerzijds de traditionele, individuele taaltraining zijn in ons trainingscentrum maar ook bij de klant. Uniek is dat wij tevens een totale onderdompeling aanbieden in het land waar de taal wordt gesproken, in samenwerking met partnerscholen in Frankrijk, Duitsland en Engeland. Onze klanten hebben daar les met professionelen uit andere landen, soms gecombineerd met vakantie. Ook e-learning is niet meer weg te denken. Maar ik geloof niet in e-learning alleen, wel in een combinatie. Binnenkort starten we met open groepen, b.v. Frans aan de telefoon, Engels in negotiatiegesprekken,…

Cindy Vranken: Cindypedant Solutions is een zeer jong bedrijf. Ik heb 20 jaar verkoopervaring en mijn missie is om kleine ondernemers, zelfstandigen,… te leren verkopen. Ik zie veel ondernemers die een ongelooflijk talent hebben, maar hun boterham niet verdienen. Dat doe ik via een online business model, d.w.z. een volledig platform waarbij ik ondernemers via videolessen leer verkopen. De bedoeling is om vier maanden lang mensen te helpen en de kracht van de groep te gebruiken om ze echt te leren verkopen.

Cindy Hermans: Bij VDAB ben ik vakexpert business support (bediendeopleidingen). Op de centrale dienst ben ik verantwoordelijk voor leerbedrijven(oefenfirma’s), voor taalopleidingen en officemanagement (pc-training). We bemiddelen naar werk, maar geven ook opleiding wanneer de werkzoekende (ook werknemer, maar in mindere mate aangezien werkzoekenden onze core business uitmaken) hieraan nood heeft. Het eisenpakket voor de sollicitant op de arbeidsmarkt wordt alsmaar hoger, wat maakt dat ook wij de lat hoger moeten leggen. Van klassikale lessen zijn we geëvolueerd naar begeleide zelfstudie, naar webcursussen, naar blended leren, van een exhaustieve aanpak naar maatwerk (op maat van het individu en op maat van de functie/vacature). De afgelopen anderhalf jaar hebben we onze leerbedrijven (oefenfirma’s) centraal in onze opleidingen gezet. De cursisten leren al doende in een fictieve bedrijfsomgeving, gebruikmakend van het ERP-pakket MS Dynamics NAV. Ze scherpen op die manier niet alleen hun jobgerelateerde (technische) competenties aan, ook de persoonsgebonden (persoonlijke competenties zoals bv. stressbestendigheid, omgaan met feedback, …) competenties komen uitgebreid aan bod.

Sabine D’hoedt: Ascento is actief op het vlak van HR consultancy, meer bepaald op het vlak van talent management en competentiemanagement. Competentiemanagement vanuit de bedrijfszijde, talent management vanuit de kandidaten, zodat persoonlijke ambities van medewerkers en doelstellingen van organisaties elkaar beter zouden vinden.

Ascento stelt 80 mensen tewerk, actief in negen kantoren. Wij zijn actief op verschillende terreinen van rekrutering en selectie, assessment, development, coaching, outplacement, leiderschap,…kortom alles wat te maken heeft met talent in beweging.

Eric Derie: Coactiv helpt bedrijven om beter te verkopen met strategisch commercieel advies, business coaching en commerciële opleidingen. Onze aanpak is pragmatisch en steeds op maat. Onze oplossingen zijn praktijkgericht. Elk traject wordt dan ook voorafgegaan door een grondige intake, een werkwijze die door onze klanten erg op prijs wordt gesteld. Voor de pijler advies zijn onze klanten vaak ondernemers die een goed idee hebben maar niet altijd weten hoe ze dit best naar de markt brengen. Voor de opleidingen, betreft het meestal managers die hun organisatie naar een hoger niveau willen tillen. Hier bieden we interactieve workshops en trainingen op maat aan alsook individuele coaching op het vlak van leiderschap, commerciële vaardigheden, communicatie en change management. Onze doelgroep is zeer breed en situeert zich van de commerciële medewerker tot de bedrijfsleider zelf en alle niveaus daartussen. Onze klanten zijn evenzeer Antwerpse kmo’s als buitenlandse multinationals. Dankzij ons partnership met specialisten in andere domeinen (Marketing, PR, HR , …) kunnen wij ook totaaloplossingen bieden voor advies en opleidingen die buiten onze eigen expertise vallen.

 

DE NIEUWE BTW-REGELGEVING IS ONRECHTVAARDIG

Wat is vandaag de voornaamste bekommernis van de sector? Welke knelpunten bemoeilijken het beroep vandaag?

Krystyna Krywen: De crisis is al langer een bekommernis. Een nieuw knelpunt voor taalopleiding is de nieuwe BTW-regelgeving. Sinds september moeten commerciële talenscholen 21% BTW aanrekenen. Een talenschool onder de vorm van een vzw hoeft geen BTW aan te rekenen… Wij staan daardoor 21% zwakker in prijs dan onze concurrentie.

Nensi de Heer: Vijftien jaar geleden werd dit al eens aangekaart. Daar kwam toen veel reactie op. Nu is het terug actueel. Voor universiteiten en CVO’s geldt deze BTW-regel niet. En daar wringt het schoentje, want 21% BTW maakt voor particulieren een groot verschil. Zo ondervinden wij concurrentie van de overheid. Linguapolis in Antwerpen b.v. moet geen BTW aanrekenen. In Nederland is de regel anders. Of je BTW moet aanrekenen of niet hangt af van een aantal vastgelegde zaken die te maken hebben met o.m. methodiek. Daardoor is iedereen gelijk voor de wet. Een van onze grote klanten in Nederland is zeer tevreden over onze opleidingen, maar overweegt nu toch om deze te laten doorgaan in Nederland, vanwege de 21% BTW.

Eric Derie: De crisis is misschien een bekommernis, maar vaak ook een kans, een opportuniteit. Veel bedrijven zoeken omzet en conversie en zitten vaak met vragen en komen zo bij ons terecht.

Marc Vermeulen: Een ander knelpunt is dat we met zoveel zijn. Er is een bepaalde pot met geld en iedereen probeert daar iets uit te halen, wat het voor een aankoper van opleidingen bijzonder moeilijk maakt. Wie moet hij kiezen? En dan zie je aanbieders die zich profileren als professor Gobelijn. Zij hebben kennis van alles,… Maar wat is de kwaliteit?

Het feit dat je een aantrekkelijke referentielijst hebt, zal ongetwijfeld een mooi hulpmiddel zijn om jezelf te verkopen.

Mia Haesevoets: Het klopt dat er cowboys in de sector zijn, maar qua referenties heb ik de ervaring dat opleidingscentra die freelancers inschakelen, deze vaak totaal niet controleren. Er is vaak geen kwaliteitscontrole vanuit het opleidingscentra zelf, ondanks de mooie referentielijst.

Els Minner: Of je weet of een trainer goed is of niet, daar wil De Opleidingscoach een antwoord op bieden, door zelf de kwaliteit te onderzoeken en de bedrijven daarin te adviseren.. Het is belangrijk om een goede behoefteanalyse te doen, de doelstellingen te bepalen en na te gaan of de leverancier kan bieden wat echt nodig is Deze punten zorgen er immers voor dat het geïnvesteerde geld en de geïnvesteerde tijd achteraf ook opbrengen.

Hebt u het gevoel dat bedrijven die u om een opleiding vragen echt geïnteresseerd zijn?

Mia Haesevoets: Niet altijd. Ik denk bijvoorbeeld aan Code 95, de verplichte opleiding vakbekwaamheid voor chauffeurs. Dat is bij velen dik tegen de zin.

Marc Vermeulen: Ik ga ervan uit dat ongemotiveerde deelnemers niet bestaan, of nauwelijks. Het is aan de trainer om zijn aanpak zodanig te wenden dat hij de groep meekrijgt. Je moet hen aantonen hoe het hen kan helpen. Dat veronderstelt dat je je voor hen interesseert, op hun niveau komt, hen verovert zonder hen te overladen met bakken slides. Die tijd is voorbij. Zeker in kmo's.

Het is de zaak om de bedrijven ervan bewust te maken dat het belangrijk is om over goed opgeleide mensen te beschikken.

Els Minner: In Nederland staan ze daar verder in, met het uitbesteden van het inkopen van opleidingen. Als je een dure opleiding inkoopt, waar daarna niets meer mee wordt gedaan…

Volgens Marc Vermeulen wordt er ook te vaak alleen naar de prijs gekeken en niet naar de kwaliteit.

Op een vorig panelgesprek vroeg een bedrijfsleider zich af waarom hij iemand zou opleiden. “Eens opgeleid, komen ze opslag vragen of vertrekken ze naar een ander bedrijf”, klonk het. “Ik wens u veel niet-opgeleide werknemers toe. Laat ons binnen vijf jaar eens terug spreken…”, kreeg hij als antwoord.

Vanessa Lauwers: Wij merken bij onze (potentiële) klanten dat het bewustzijn er niet altijd is dat een opleiding iets gaat veranderen. Wanneer een medewerker niet met de computer kan werken of Excel niet onder de knie heeft, is dat geen probleem om hem naar een training te sturen, maar als een manager niet kan managen… dan bedenkt men allerlei andere ludieke oplossingen. Men denkt niet aan een degelijke opleiding over leiderschap.

 

HOE STAAT HET MET HET OPLEIDINGNIVEAU VAN DE MANAGERS?

Worden de managers wel voldoende opgeleid?

Marc Vermeulen: Het is aan het verbeteren maar globaal zou ik een 6/10 geven. Vooral op het vlak van op het tijd ingrijpen, de goede dingen vertellen, enthousiasme overbrengen is er nog heel veel werk. Denkt men nu echt dat dit op te lossen is met een eenmalig trainingszalfje? Het is een permanent werk.

Vanessa Lauwers: Te weinig. Het begint bij bewustzijn en dat is er niet altijd. Misschien moeten wij vanuit de sector een sensibiliseringscampagne doen. Sommige mensen zijn doorgegroeid in een functie omwille van hun capaciteiten, maar zijn vaak geen managers. Ze hebben niet geleerd hoe ze mensen moet leiden.

Els Minner: Om één of andere reden geloven mensen ook dat ze na 1 opleiding perfect kunnen managen of b.v. presenteren. Vaardigheden moeten echter regelmatig ingeoefend worden, inclusief bijhorende feedback en opvolging. Net zoals dat in een sport gaat. Die ingesteldheid leeft vandaag niet bij de bedrijven.

Mia Haesevoets: De bedrijfsleiders hebben vaak zelf nood aan bepaalde opleidingen en advies en ze stellen de vraag vaak te laat. Ze zouden beter op voorhand aan de alarmbel trekken.

Sabine D’hoedt: Veel werknemers zouden wel graag dingen willen leren, maar er wordt al gauw gedacht dat dit veel geld zal kosten, en in crisistijden wordt hierop snel beknibbeld. Men denkt dat het besteedde geld op korte termijn niets opbrengt.

Els Minner: Dat heeft vaak te maken met het ontbreken van kennis bij de bedrijfsleiders wat de mogelijkheden betreft binnen vorming & opleiding. Opleiden houdt niet alleen ‘een externe opleiding volgen’ in.. Ook intern zijn er veel mogelijkheden om te trainen, zonder dat er een externe opleider nodig is. Je kan de ene werknemer de andere laten coachen bijvoorbeeld. Veel bedrijven staan daar niet bij stil. Ze hebben vaak een specialist in-house, die andere werknemers iets kan bijleren.

Nensi de Heer: Ik merk vaak dat bedrijven niet van het bestaan van de kmo-portefeuille weten. (Els Minner en Mia Haesevoets zijn het hiermee eens)

Jaar na jaar wordt vastgesteld dat de taalkennis achteruit gaat. Dat blijkt ook de vaststelling van de hogescholen en universiteiten. Is de interesse om talen te leren in het bedrijfsleven ook minder aanwezig?

Nensi de Heer: De Franstaligen beginnen beter Nederlands te kennen dan de Nederlandstaligen Frans. Ook in Brussel wordt meer en meer goed Nederlands gesproken. Van overheidswege wordt er meer gedaan in Wallonië om de kennis van andere talen te bevorderen- ik denk aan de pijler talen in het Marshallplan - dan hier bij ons. Wij zijn partner van de Forem, de Waalse tegenhanger van de VDAB en wij zien dat er serieuze budgets gaan naar werkloze hoogopgeleiden, die meer kans hebben op een job als ze beter Nederlands en Engels kennen. Met die beurzen komen ze bij ons voor een totale onderdompeling.

Is de waaier van talen waarnaar gevraagd wordt de laatste jaren uitgebreid?

Krystyna Krywen: Integendeel, hoe harder de crisis doorweegt, hoe essentiëler de keuze van de klant is, wat neerkomt op de meest noodzakelijke talen, Nederlands en Frans in de eerste plaats. Wat Nensi de Heer zegt, klopt. De kennis van het Nederlands van Franstaligen gaat erop vooruit. De motivatie is groot, maar er zijn nog altijd scholen in Wallonië die geen Nederlands aanbieden.

Nensi de Heer: Terwijl in Vlaanderen het Frans achteruit gaat. Wij starten daarom met een nieuw initiatief: open groepslessen voor Frans in kleine groepen met de nadruk op de gesproken taal. Er is heel wat belangstelling voor uit de bedrijfswereld. Vooral kleinere bedrijven die een individuele opleiding te duur vinden.

Krystyna Krywen: Engels is populairder, maar later heeft men vaak spijt dat men geen Nederlands heeft geleerd. Voor ons geen probleem natuurlijk, dat is werk voor ons.

Cindy Hermans: Anderhalf jaar geleden heeft het AKOV, het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming, een seminarie georganiseerd over onder andere de kennis van het Frans. Ik mocht toen afsluiten met ‘Frans op de arbeidsmarkt, vraag en aanbod’. Ik heb de vergelijking gemaakt met het Engels, gevraagde taalkennis in vacatures in kaart gebracht en opgelijst welke scores de kandidaten haalden bij de Franse testings die wij in een tijdspanne van een jaar georganiseerd hadden. Alle sprekers, ook zij die de taalkennis bij uitstroom secundair onderwijs, bij instroom hoger onderwijs bespraken, kwamen tot dezelfde conclusie: de kennis van het Frans is achteruitgegaan/gaat achteruit. Bedrijfsleiders beschouwen kennis van het Frans en Engels al vaak als een evidentie, dingen die men sowieso moet kennen. Er liggen dus zeker nog een aantal uitdagingen op tafel, voor alle partners (onderwijs, privéaanbieders, VDAB)

Nensi de Heer: Wij zijn gericht op de praktijk. Wij willen de mensen leren spreken. Het taalonderwijs richt zich nog teveel op de theorie.

Krystyna Krywen: Het wordt soms de andere richting uitgetrokken. Handboeken die tegenwoordig taakgericht leren vooropstellen, wat positief is, maar waar de lesgever helemaal niet mee vertrouwd is en de methodiek gewoon verkeerd toepast. Dan krijg je b.v. een oefening die volledig op productie gericht is, maar er is onvoldoende input gekomen om tot die productie te geraken en het resultaat is er dan niet.

Verschillende panelleden zijn het erover eens dat het taalonderwijs in scholen niet altijd afgestemd is op het bedrijfsleven en dat je talen vaak “on the job” moet leren.

 

ZIJN DE NIEUWE TECHNOLOGIEEN EEN WELGEKOMEN HULPMIDDEL?

Op welke manier maken jullie gebruik van nieuwe technologieën voor de opleidingen?

Yves Driesen: De stap van klassikaal naar begeleide studie is een grotere stap geweest dan van begeleide studie naar e-learning. In de eerste jaren, rond 2000, werd er zeer weinig gebruik van gemaakt, maar de laatste jaren zit het in de lift. Ik merk dat een lichte dwang kan helpen om die stap te zetten. Een reden is b.v. het grote volume, b.v. in een migratietraject waarbij men van de ene Office-versie naar de nieuwste gaat. Dan is e-learning een goede vorm, omdat het ook beperkt is in tijd. Een andere reden is competentiemanagement. Men moet vandaag meer de competenties in kaart brengen en deze aantonen. Een technisch middel daartoe is e-learning, waarbij een stukje theorie gevolgd wordt door een toets en als men voldoende scoort is daarmee bewezen dat de competentie volbracht is. Een sector waarin we meer en meer actief zijn, is de zorgsector, waar nu ook een accreditatie speelt. E-learning is daar een goed middel voor. Ze kunnen bijvoorbeeld rond brandveiligheid een korte e-learning maken, met een toets, een handig instrument om aan te tonen hoe ver ze staan.

Joost Van de Vijver: Syntra AB kijkt nu ook met meer aandacht naar de noodzaak en het potentieel van e-learning in ons opleidingsaanbod. Ons aanbod is momenteel nog beperkt, maar vanaf september kan b.v. het diploma bedrijfsbeheer via e-learning behaald worden.

Eric Derie: Technologie an sich is voor ons een middel, maar mag nooit de doelstelling zijn. Ik kan me voorstellen dat het voor veel functionele competenties, zoals het aanleren van softwarepakketten, aangewezen kan zijn. Maar voor het aanleren van interpersoonlijke skills zoals leadership, commerciële vaardigheden, communicatievaardigheden of werken in teamverband blijft een face to face workshop de meest aangewezen leermethode. Maar een virtual classroom of teleconferentie, kan zeker een aanvulling zijn. Al wordt de vraag hiernaar in onze ervaring toch meestal gesteld vanuit kostenoverwegingen.

Cindy Vranken: In mijn business model zitten alle studenten in een beveiligde omgeving online, waar ze iedere week sessies met opdrachten krijgen en hen vaardigheden worden aangeleerd. Ze kunnen ook vragen stellen en feedback vragen van de andere cursisten. Ik zie niet de noodzaak in om dat face to face te doen. Mensen kunnen zich aan elkaar voorstellen via video en er is een systeem van buddy’s. Voor mij zit de kracht van online erin dat iedereen kiest wanneer hij wil leren. De cursisten hebben levenslang toegang tot alle modules. En dan is er de kracht van de community. Ik werk samen met 70 experten. Zij hebben veel kennis op hun vakgebied, die gedeeld wordt.

Sabine D’hoedt: Sterk aan het model van Cindy Vranken is het eigenaarschap dat de cursisten nemen over hun leerproces. Ze zijn heel gemotiveerd. Er is een grote betrokkenheid. Op het vlak van opleidingen denken onze bedrijven nog teveel vanuit het klassiek model in de zin van ‘Een werknemer moet iets leren, we sturen hem naar de cursus’. Er is nog een weg te gaan in het eigenaarschap.

Van welke subsidies behalve de kmo-portefeuille kan het bedrijfsleven vandaag gebruik maken om opleidingen & coachings in te schakelen?

Els Minner: Er zijn er verschillende, vanuit de sector waar het bedrijf inzit, vanuit het paritaire comité en daarnaast zijn er diversiteitsplannen, ESF-mogelijkheden,… Daar moet je actief mee bezig zijn. Ik denk aan het 45-plussers beleid. Er zijn heel wat mogelijkheden die de bedrijven niet kennen.

Joost Van de Vijver: De kmo-portefeuille is een heel belangrijke steunmaatregel voor kmo's van Agentschap Ondernemen. De procedure is soms wel complex voor zowel de dienstverlener als de kmo. Maar het aanbod van subsidies en steunmaatregelen dat door verschillende partijen wordt aangeboden is zo complex dat het heel moeilijk is voor de kmo om door de bomen het bos nog te zien.

Wat maakt een opdracht voor opleidingen en/of coaching moeilijk?

Sabine D’hoedt: Het aantonen van het resultaat, omdat je vaak pas op lange termijn resultaat haalt. De cursist heeft iets verworven dat hij zich eigen moet maken in de praktijk. Er zijn een aantal factoren waar je geen vat op hebt.

Marc Vermeulen: De eerste hindernis die we nemen is om duidelijk te maken wat de opdracht is. Onze contactpersonen in een kmo hebben een te vage omschrijving van wat er moet aangepakt worden. ‘Hij moet aan zijn communicatie werken is te vaag’ Eigenlijk bedoelt men: ‘Deze persoon heeft zoveel gedachten in zijn ingenieurshoofd zitten dat ze er te weinig gestructureerd uitkomen. Tijdens een presentatie spreekt hij te technisch. Hij durft zich naar zijn drie medewerkers ook snel eigenwijs opstellen, hij bedoelt het goed maar komt eigenzinnig over’. Het andere werk begint net na de opleiding, het borgen van de kennis, het bewaren van hetgene waar men meestal vrij enthousiast over is, om dat niet te verstikken. Ik zie veel mensen die van goede wil zijn, maar niet de visie hebben, de guts om de verantwoordelijke te zeggen dat zij iets terug willen. De trainers worden vaak ingeleid met de opinie ‘dat kost geld, dus let maar goed op’, maar men durft niet te zeggen aan zijn interne leidinggevenden ‘wat heb jij gedaan om ervoor te zorgen dat het rendeert?’

Cindy Vranken: Ondernemers begrijpen dat ze een investering moeten doen, maar durven het vaak niet aan, omdat het geld kost. Terwijl ze er de investering tien keer of meer kunnen uithalen. Ze blijven liever verder aanmodderen en dat is jammer want zo gaan veel bedrijven kapot.

Yves Driesen: Budget, durf en tijd zijn drie knelpunten. Het tijdsproces om iets te beslissen duurt tegenwoordig langer en langer en de training moet ook altijd korter en korter.. GiVi Group probeert daar handig op in te spelen door opleidingen dan ook kleiner en persoonlijker te verpakken en aan te vullen met e-learning.

Eric Derie: Het gebeurt wel dat een opdrachtgever verwacht dat een “pijnpunt” (b.v. tegenvallende resultaten) in de organisatie d.m.v. een opleiding snel verholpen kan worden. Als je door de intake tot de vaststelling komt dat de oorzaak dieper zit en niet eenvoudig met een opleiding kan worden oplost, dan moet je de opdrachtgever hier ook op wijzen, met het risico dat je de opdracht niet binnenhaalt.

Els Minner: Als ik hoor dat een opleiding geen resultaat zal opleveren voor de vraag die het bedrijf heeft, zeg ik dat eerlijk. Ik probeer het bedrijf dan mee te geven waar er wel een gedegen oplossing kan zitten. De Opleidingscoach staat ervoor dat opleidingen niet altijd de oplossing zijn voor het probleem. Want dat is hoe vandaag vaak geredeneerd wordt: er is een probleem, dus we organiseren een opleiding. De meeste bedrijven hanteren een strategie om een bepaald (commercieel) doel te bereiken. Echter, zeer weinig bedrijven staan erbij stil dat de doelen door de medewerkers moeten gerealiseerd worden en dat een proactief opleidingsbeleid hier de sleutel tot succes kan zijn.

Eric Derie: Het wordt natuurlijk des te gevoeliger wanneer de opdrachtgever of manager een deel van het probleem is.

Krystyna Krywen: In veel gevallen zou de bedrijfsleider best de opleiding ook zelf mee volgen.

AAN WELKE TRENDS MOGEN WE ONS VERWACHTEN?

Zijn er trends en tips die we onze lezers onder de aandacht moeten brengen?

Sabine D’hoedt: Men moet blijven investeren in oudere werknemers. Deze groep wordt vaak vergeten en de nieuwe generatie jongere die eraan komt, moet beseffen dat ze zullen moeten blijven leren. Daar moeten we ook klaar voor zijn.

Marc Vermeulen: Er zijn er vier, zeker in een kmo: Hou het kort, individualiseer, laat de deelnemer niet los na de opleidingssessie en maak de leidinggevenden mee verantwoordelijk door het rendement te koppelen aan hun bonus.

Cindy Vranken: Het is belangrijk een growth mindset te hebben. Investeer in je medewerkers. Iedereen moet constant bijleren.

Joost Van de Vijver: Met de kmo-portefeuille krijg je alleen klassieke opleidingsvormen gesubsidieerd. E-learning bv kan wel worden gesubsidieerd door de kmo-portefeuille, maar de regels zijn zo complex en beperkend dat het de facto onbegonnen werk is.

Vanessa Lauwers: Er is nog werk aan de winkel voor de motivatie van onze kinderen op school. Als ze van de schoolbanken komen, zijn ze niet altijd klaar om in het bedrijfsleven te stappen. Zowel de privé- als de opleidingssector zou zich meer moeten engageren om scholen daarin te ondersteunen.

Cindy Hermans: VDAB, business support, zet hard in op oefenfirma’s/leerbedrijven. Er is een toenemende automatisering. Cursisten moeten dus leren omgaan met ERP (enterprise resource planning): vb. MS Dynamics NAV, CRM (customer relationship management, sociale media,… Het is ook heel belangrijk dat ze inzicht hebben in de flow, bedrijfsinzicht. Zij zijn een schakel in de ketting. Naast technische vaardigheden zijn niet-technische vaardigheden heel erg belangrijk. Ook deze komen uitgebreid aan bod in de leerbedrijven, tijdens het al doende leren.

Interview: Freddy Michiels
Verslag: Nicole Verstrepen
Foto’s: Wilfried Deferme

Webdesign Desk02